Hoe voorkomen?

“de beste AAnpAk om kAnker op het werk te voorkomen is de blootstelling AAn de kAnker- verwekkende stof te stoppen.”

Dit wordt een bron-oplossing genoemd. De oorzaak weghalen, is de beste – want meest effectieve – aanpak om kanker door het werk te voorkomen.
Maar wat nu als de kankerverwekkende stof niet te vervangen is door een gezond alter- natief? Dan mag de ongezonde stof volgens de Europese en Nederlandse wetgeving alleen onder strenge voorwaarden gebruikt worden. Regel is dat de blootstelling dan zo laag mogelijk gehouden moet worden.
Laag betekent in ieder geval onder de vastgestelde grenswaarde.

Er zijn twee soorten grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen:

1. grenswaarde voor de stof op de werkplek.

Dit is de wettelijke grenswaarde die in Nederland wordt vastgesteld door de minister van Sociale Zaken. In Europa wordt die waarde ook wel Occupational Exposure Limit (OEL) genoemd. De manier waarop de grenswaarde wordt vastgesteld is betrouwbaar en transparant, maar het vaststellingsproces duurt vaak lang. Als er geen wettelijke grenswaarde voor een stof is vastgesteld, is de werkgever verplicht om een eigen bedrijfsgrenswaarde vast te stellen.

2. DMEL (derived minimal effect level).

Dit is de concentratie die REACH voor kankerverwekkende stoffen hanteert. Deze grenswaarde geeft aan bij welke bloot- stelling het eerste gezondheidseffect optreedt. De DMEL wordt bepaald door de industrie volgens een vastgestelde methodiek. De gebruikte data waarmee de DMEL wordt vastgesteld zijn niet openbaar. Er is dus niet na te gaan op welke aannames de limiet is gebaseerd. De DMEL mag alleen als blootstellingslimiet worden gebruikt als er nog geen officiële (Nederlandse of in Europese) geen grenswaarde voor de stof is vastgesteld. Een Europese of Nederlandse grenswaarde gaat dus altijd voor.

WIST
U DAT?

Het aantal doden door
werkgerelateerde kanker
neemt elk jaar toe.
Het aantal dodelijke ar-
beidsongevallen daalt de
laatste jaren juist.