Veilige grenzen?

Een grenswaarde is de concentratie van een stof in de lucht op de werkplek waar een werknemer gedurende een 8-urige werkdag maximaal aan mag worden blootgesteld. Uitgangspunt daarbij is dat de gezondheid van de werknemer bij een blootstelling onder dat niveau niet wordt geschaad. Voor sommige stoffen is tevens een grenswaarde vastgesteld voor een kortdurende hoge piekblootstelling voor een tijdsperiode van 15 minuten.

Omdat er voor kankerverwekkende stoffen feitelijk geen veilige grens bestaat (zelfs het kleinste beetje kan al kanker veroorzaken) bepaalt de Gezondheidsraad voor deze stoffen, op basis van gezondheids- kundig onderzoek, een verbodswaarde en een streefwaarde.
De streefwaarde is de laagste waarde: bij blootstelling aan deze waarde loopt maximaal één van elke miljoen werknemers per jaar de kans om kanker te krijgen. De verbodswaarde ligt hoger: daar is de kans op kanker één op de tienduizend blootgestelden per jaar. De verbodswaarde mag dan ook beslist niet overschreden worden.

De SER, d.w.z. de subcommissie Grenswaarden voor Stoffen op de Werkplek (subcie GSW), beoordeelt of de streefwaarde haalbaar is. Inzet is om de grenswaarde zo laag mogelijk vast te stellen. Daarom voert de subcie GSW een haalbaarheidsonderzoek uit om te bepalen wat de laagste concentratie is die op de gangbare werkplek haalbaar is. De subcommissie adviseert de minister van SZW dan dit niveau als wet- telijke grenswaarde in te voeren.De haalbaarheidstoetsen die momenteel worden uitgevoerd bij bedrijven geven niet altijd voldoende informatie. Daarom willen de vakbonden zelf, via hun leden in de bedrijven, meer informatie verzame- len, om vervolgens te gebruiken bij de haalbaarheidstoets. Het doel is om met meer werkplekinformatie zo laag mogelijke grenswaarden te realiseren.

De vakbonden willen met checklijsten onder werknemers in de bedrijven de volgende informatie verzamelen:
1. Welke maatregelen zijn er getroffen op deze werkplek?
2. Vinden de werknemers de maatregelen voldoende?
3. Zijn er metingen uitgevoerd en wat was het resultaat?
4. Wordt er in het bedrijf gewerkt aan een veiliger werkplek en dus ingezet op het vervangen van de kankerverwekkende stof?